Wat is orthomoleculaire geneeskunde?

 

Orthomoleculaire geneeskunde, ontstaan en filosofie

De wetenschap dat voeding een geneeskrachtige werking kan hebben stamt al van eeuwen geleden. Zo noemde Hippocrates (460-377 v Chr) meerdere malen de geneeskrachtige werking van voeding en hanteerde Maimonides (1135-1204) de stelling dat: “geen enkele ziekte, die door dieet kan worden genezen, met andere middelen dient te worden behandeld”. Dit idee raakte op de achtergrond toen, vanaf ongeveer 1850, de chirurgie steeds betere resultaten boekte en na de tweede wereldoorlog de antibiotica als krachtig middel tegen infectieziekten ontwikkeld werden. Naast deze zeer effectieve behandelmethoden werd de invloed van voeding als ondergeschikt ervaren. In het begin van de 20e eeuw werden steeds meer gebreksziekten ontdekt, die genezen konden worden door het toedienen van één vitamine. Een voorbeeld is scheurbuik dat te voorkomen en te genezen bleek met vitamine C. Dat voeding meer invloed heeft dan alleen het voorkomen van de typische gebreksziekten wordt steeds duidelijker vanaf ongeveer 1960.

 

Sindsdien blijkt uit een groeiend aantal wetenschappelijke onderzoeken dat er wel degelijk een niet te verwaarlozen relatie bestaat tussen voeding en ziekten. Zo is inmiddels duidelijk dat naast een genetische factor, slechte voedingsgewoonten een rol spelen bij het ontstaan van bijvoorbeeld kanker, hart- en vaatziekten en ouderdomsdiabetes.

 

In de loop der tijd zijn de mensen steeds verder afgeraakt van hun natuurlijke voeding en overgegaan op met behulp van chemische middelen geteelde voeding en met toevoeging van onder andere chemische smaak- en kleurstoffen, etc.: “U bent wat u eet, maar u moet weer worden wat u at “. Onze voeding komt niet meer overeen met wat genetisch bepaald was in ons lichaam.

Wat houdt orthomoleculaire therapie in?

De term “orthomoleculair” werd voor het eerst gebruikt in 1968, door de Amerikaanse chemicus en tweevoudig Nobelprijswinnaar professor Linus Paulin, grondlegger van de therapie. Het woord “orthomoleculair” stamt uit het Grieks. “Orthos” betekent: juist, recht of gezond. “Moleculair” betekent de moleculen betreffende. Het woord “orthomoleculair” betekent dus: “de juiste moleculen”, met andere woorden “gezondheid door middel van de juiste voeding”.

 

Paulin was overtuigd van het feit dat biologische en moleculaire factoren aan de basis lagen van diverse aandoeningen en gezondheidsproblemen.

 

De orthomoleculaire geneeskunde streeft naar “de juiste stof op de juiste plek”. Een orthomoleculair therapeut werkt met stoffen die het lichaam van nature al kent en nodig heeft voor een optimale gezondheid. Een optimale gezondheid vraagt om voldoende vitaminen, mineralen, vetzuren, aminozuren en enzymen, met andere woorden de juiste stoffen in de juiste verhouding. Voedingsstoffen duidt men ook wel aan met de term nutriënten en een andere term voor orthomoleculaire geneeskunde is orthomoleculaire voedingsleer. Men werkt met lichaamseigen stoffen, die het lichaam zonder schade kan gebruiken en verwerken, door middel van een veelzijdige, gezonde voeding met aanvullend voedingssupplementen, voor een goede balans in de stofwisseling, waardoor de opname van voedingsstoffen optimaal verloopt en de gezondheid in balans wordt gehouden of gebracht.

 

Voeding geeft niet genoeg

Zowel met het oogmerk ziekten te voorkomen (preventie), als met het doel ziekten te behandelen, kan het nodig zijn, naast een zo volwaardig mogelijke voeding, extra voedingsstoffen in de vorm van voedingssupplementen in te nemen. Voedingssupplementen zijn in feite tabletten, capsules en poeders met een hoog gehalte aan stoffen, die in geringere hoeveelheid ook in de voeding voorkomen. Dit zijn met name: vitamines, mineralen, aminozuren, essentiële vetzuren en enzymen, maar ook minder bekende groepen van stoffen, zoals bijvoorbeeld de bioflavonoïden.

 

Orthomoleculaire voeding aangevuld met voedingssupplementen kunnen in het algemeen zonder problemen gebruikt worden naast andere behandelingen met medicijnen, zoals reguliere medische behandelingen of bijvoorbeeld homeopathie. Toch kunnen soms orthomoleculaire middelen en reguliere medicijnen elkaars werking beïnvloeden. Het is daarom van belang dat een arts, apotheker of therapeut ervan op de hoogte is wat u gebruikt.

 

Reguliere artsen richten zich met name op de symptomen van de kwaal, niet op het achterhalen van de oorzaak. Zo krijgt men als men slecht slaapt een slaapmiddel, als men slecht ziet een bril, bij nervositeit een kalmerend middel en bij hoofdpijn een pijnstiller. Maar de hoofdpijn wordt natuurlijk niet veroorzaakt door een tekort aan Aspirine (acetylsalicylzuur) in het lichaam en slapeloosheid niet door gebrek aan slaappillen; aldus symptoombestrijding. Een slechter wordend gezichtsvermogen kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door een vitamine-A tekort of een ander voedingsgebrek. Eczeem kan een gevolg zijn van een tekort aan onverzadigde vetzuren, vitamine B2, B3, B6, pantotheenzuur (B5) en/of zink. Het kan ook een reactie zijn op een stof die de oorzaak is van een allergische reactie. Reguliere artsen met hun medicijntherapie kennen dit soort problemen niet. Misschien verklaart dit waarom meerdere artsen zich tegenwoordig ook in de orthomoleculaire geneeskunst gaan verdiepen.